29 mei 2009
Uitzendkrachten vallen in crisistijd tussen wal en schip. Omdat ze met tussenpozen werken, bouwen ze onvoldoende arbeidsverleden op. Met als gevolg dat ze – als er geen werk is – niet in aanmerking komen voor een WW-uitkering.
Het Nederlandse systeem van sociale zekerheid blijkt niet toereikend. Dit concludeert Mariëtte Patijn, bestuurder FNV Bondgenoten, op basis van een enquête die de bond van begin maart tot eind april hield onder bijna zeshonderd uitzendkrachten. Patijn: “Deeltijd-WW mag niet voor hen worden aangevraagd en ook in sociaal plannen vallen ze buiten de boot. Dus zit een uitzendkracht thuis met lege handen en weinig zicht op het vinden van ander werk.”
Convenant met uitzendbureaus
De resultaten van de enquête bevestigen het beeld dat uitzendkrachten bij economisch zwaar weer er als eersten uitgaan. Patijn: “Een flexibele schil van werknemers is handig voor werkgevers, maar het voordeel geldt niet voor de uitzendkracht zelf.” Volgens de bond dient er een convenant te komen met uitzendbureaus en uitkerende instanties. “Zorg dat het uitzendbureau met de juiste middelen wordt uitgerust, zodat ze verantwoordelijk blijven voor hun eigen uitzendkrachten”, aldus Patijn.
Gewoon goed werk: 9-uit-12-eis
Al geruime tijd probeert FNV Bondgenoten in cao-onderhandelingen met inlenende werkgevers afspraken te maken over gelijke beloning voor uitzendkrachten en vast werk voor vaste mensen (de zogenaamde 9-uit-12-eis). ‘Gewoon Goed Werk’ is volgens de vakbond een vereiste voor zowel vaste als tijdelijke krachten. “Het inhuren van uitzendkrachten moet zich meer richten op piek en ziek”, aldus Patijn. “En om wantoestanden te voorkomen, hanteren wij de 9-uit-12-eis. Als een werkplek negen van de twaalf maanden door een uitzendkracht wordt ingevuld, dan moet dit een vaste formatieplaats worden.”
Geen uitzendwerk voor 140.000 mensen
In de uitzendbranche waren vorig jaar circa 730.000 mensen werkzaam; 44 procent van de uitzendkrachten geeft aan een vast dienstverband te willen. Bijna de helft (48 procent) van de uitzendkrachten is jonger dan 25 jaar. Een kwart is tussen de 25 en 35 jaar, 15 procent tussen de 35 en 45 jaar en 12 procent is 45 jaar of ouder. Tussen november 2008 en mei 2009 daalde de omzet van het aantal uren van de uitzendbureaus met ruim 20% ten opzichte van dezelfde periode in het jaar daarvoor. Dit betekent dat er voor ongeveer 140.000 mensen geen werk meer is.
Gerelateerd nieuws
> FNV: enquête uitzendkrachten rond gevolgen kredietcrisis
> SP wil meer zekerheid voor uitzendkrachten
> Flexwerkers de dupe van kredietcrisis
> FNV: geef flexwerkers vertrekpremie
Bron: FNV, 28 mei 2009
|